Dystract project
Beste lezers en lezeressen
Vandaag ontving ik onderstaande e-mail en daar zou ik graag de aandacht op willen vestigen.
m.v.g. Marjolein, webmaster van dit weblog.
Op het moment ben ik bezig met een onderzoek bij kinderen met ADHD. Ik onderzoek de effecten van atomoxetine bij deze kinderen. Ik zoek nog kinderen voor mijn onderzoek. Ik zou daarom graag de link naar de webpagina van mijn onderzoek op uw site laten plaatsen. Zou u me kunnen laten weten of dat mogelijk is? De link is www.psy.vu.nl/dystract.
Met vriendelijke groet,
Christien de Jong, uitvoerend psycholoog van het onderzoek
Hoera! Ik heb ADHD!
ADHD kan een probleem zijn, voor jezelf en voor je omgeving. Toch zijn mensen met ADHD vaak degenen die onuitwisbare, positieve indrukken achterlaten. Zij geven kleur aan een grijze dag en zorgen voor leven in de brouwerij.
Kortom: de wereld zit vol met saaie mensen, zij hebben beslist geen ADHD!
Om mezelf en jou een hart onder de riem te steken, wil ik graag onze positieve kanten benadrukken. Doe er je voordeel mee!!!
Je bent een gevoelsmens en hebt een enorm rechtvaardigheidsgevoel.
Je kunt heel goed emoties van anderen invoelen.
Je kunt intenser van dingen genieten dan de meeste anderen.
Je bent creatief en blinkt vaak uit in theater, beeldende kunst of culinaire uitspattingen.
Je bent een kei in het bedenken van oplossingen.
Je bekijkt de wereld vanuit een unieke, onbevangen invalshoek.
Je bent fantastisch in het vinden van dingen (zoals geld op de grond) en mensen in een menigte.
Je bent verbazingwekkend scherpzinnig.
Je bent vaak de gangmaker op een feest en de dansvloer.
Je impulsiviteit maakt je een spontaan en openhartig mens.
Je kunt plezier hebben als geen ander.
Je bent energiek; vervuld van een krachtig en volhardend streven, wanneer je een doel wilt bereiken.
Je bent recht door zee.
Je wilt graag gewaardeerd worden en werkt daar ook hard voor.
Je bloeit op van positieve kritiek, maar doorziet huichelarij meteen.
Je maakt van je hart geen moordkuil.
Je bent ontzettend enthousiast en goed als je iets graag doet.
Je bent heel moeilijk voor de gek te houden.
Je komt voor jezelf op!
Je prikt onmiddellijk door uiterlijke schijn van mensen en zaken heen.
Je staat met beide benen op de grond.
Je maakt snel contact met anderen en bent daardoor een uitstekend netwerker.
Je voelt meteen aan wanneer er een unieke relatie tussen mensen en dingen bestaat.
Je kunt met alle lagen van de bevolking door een deur.
Je bent iemand die niet snel in een sleur terechtkomt of saai wordt.
Je bent origineel en hebt een groot gevoel voor humor.
Je bent de goed verstaander die vaak maar een half woord nodig heeft.
Je bent loyaal en gaat door het vuur voor mensen waarvan je houdt.
Niemand is meer hartstochtelijk dan jij, wanneer je gek bent van iets of op iemand.
Je doet iets eerder omdat je het wilt, dan omdat het moet. En wat je doet, doe je met hart en ziel!
ADHD in je relatie
Hoe worden en blijven jullie een happy stel?
Een relatie waarin een van de partners ADHD heeft, wordt meestal gekenmerkt door ontzettend veel spanningen. ADHD’ers zijn geen eenvoudige mensen om mee om te gaan, wanneer het aankomt op samenwerking en emotionele stabiliteit. De uitwerking die zij hebben op hun partner leidt vaak tot onderlinge machtsstrijd en conflicten.
Wanneer jij en je partner een zgn. ADHD-relatie hebben, kunnen de volgende richtlijnen nuttig zijn. De aanwijzingen hieronder zijn een goed uitgangspunt voor gerichte communicatie. Lees ze samen hardop voor, pauzeer na elke suggestie, denk na en bespreek hoe deze kan worden ingepast in jullie relatie. De sleutel tot succes is problemen eerlijk met elkaar bespreekbaar te maken en af te rekenen met de machtsstrijd.
Haak niet af. Er is zo veel te winnen!
Wees zeker van een betrouwbare diagnose.
Er zijn veel omstandigheden die symptomen van ADHD-gedrag kunnen veroorzaken, van te veel koffie tot borderline persoonlijkheidsstoornis, angststoornis, schizofrenie, organische hersenbeschadiging, alcoholisme, chronische hypomanie, bipolaire stoornissen (manisch-depressiviteit) tot een slecht werkende schildklier. Voordat je begint met een ADHD-behandeling, laat de psychiater dan vaststellen dat je werkelijk ADHD hebt en niet iets anders. Zodra je zeker bent van de diagnose, leer dan zo veel mogelijk over ADHD. Hoe meer jij en je partner erover weten, hoe eenvoudiger het wordt elkaar te helpen. De eerste stap in het omgaan met ADHD is educatie.
Hou je gevoel voor humor.
Als je het goed beschouwt, is ADHD van tijd tot tijd echt lachwekkend. Mis de kans niet te lachen wanneer de appeltaart een cake wordt omdat je vergat appels te kopen, wanneer je een halfuur in je eentje in de verkeerde bioscoop zit, wanneer je een avond te vroeg op je gasten zit te wachten. Op deze psychische breekpunten, wanneer je in een fractie van een seconde moet beslissen kwaad te worden, te huilen of te lachen, kies dan voor de lach. Humor is een fantastische ADHD-overlevingsstrategie.
Verklaar elkaar een wapenstilstand.
Nadat de diagnose ADHD is gesteld en jullie weten wat dit inhoudt, wordt het hoog tijd diep adem te halen en de witte vlag te zwaaien. Jullie hebben beiden een adempauze nodig voordat de relatie kan worden aangepakt. Wellicht hebben jullie behoefte aan het ventileren van jullie opgekropte nare gevoelens. Doe dat, zodat er ruimte komt voor andere, betere gevoelens. Het is onzinnig de wrok met je mee te blijven dragen.
Ruim tijd in voor praten.
Jullie zullen tijd nodig hebben met elkaar te praten over ADHD (wat is het, hoe beïnvloedt dit je relatie, wat willen jullie beiden ondernemen, hoe voelen jullie je daarover). Voer deze gesprekken niet tussen de bedrijven door, bijvoorbeeld tijdens de reclames op tv of tijdens de afwas. Plan tijd hiervoor, zet je antwoordapparaat aan en reserveer deze voor jullie zelf.
Lucht je hart.
Vertel elkaar precies wat er in je hoofd omgaat. De effecten van ADHD zullen in elk koppel anders zijn. Vertel elkaar hoe ADHD jullie raakt. Neem geen blad voor de mond, maar zeg hoe je aan het doordraaien bent, wat je wensen zijn, wat je wilt veranderen, wat je wilt behouden. Gooi de kaarten op tafel en probeer alles eruit te gooien voordat jullie op elkaar reageren. ADHD’ers hebben de neiging een discussie te beëindigen als het moeilijk wordt. In dit geval is het het gesprek zelf het belangrijkste.
Schrijf jullie klachten en aanbevelingen op.
Om te voorkomen dat dingen worden vergeten, is het goed zwart op wit te hebben wat jullie willen veranderen en wat jullie willen bewaren.
Ontwikkel een behandelingsplan.
Laat samen je gedachten gaan over manieren waarop doelen kunnen worden bereikt. Wellicht heb je hierbij professionele hulp nodig, maar het is een goed idee alvast samen een begin te maken.
Hou je allebei aan de gemaakte afspraken.
Onthoud, een van de hoofdkenmerken van ADHD is moeite met het uitvoeren van plannen.
Jullie moeten er dus samen hard aan werken.
Maak lijstjes.
Je zult zien dat veelgenoteerde punten routinehandelingen worden. Dit schept orde in de chaos.
Hang een schoolbord in huis.
Geschreven boodschappen worden gemakkelijker onthouden. Leer jezelf dan wel aan werkelijk notities erop te maken en regelmatig naar het bord te kijken.
Leg notitieblokken en potloden op alle strategische punten. Bijvoorbeeld: bij je bed, in de auto, in de badkamer en in de keuken.
Overweeg op te schrijven wat je zou willen dat de ander doet. Je kunt elkaar dan elke dag een lijstje geven. Wanneer jullie dit besluiten te doen, onthoud dan dat het wordt gedaan in een sfeer van hulpvaardigheid en niet van dictatorschap. Hou een gezamenlijke huisagenda bij en maak er een gewoonte van deze allebei dagelijks in te kijken.
Bespreek jullie seksleven in het licht van ADHD.
ADHD, met name de grote afleidbaarheid, kan een negatief effect hebben op de seksuele interesse en prestatie. Daarnaast is er een flink aantal ADHD’ers dat de kick die vreemdgaan oplevert niet of nauwelijks kan weerstaan. Bij de aanpak ervan is het belangrijk te weten dat deze intieme en emotionele problemen veroorzaakt worden door ADHD, en door niets anders. Gebruik ADHD echter nooit als excuus voor ontrouw!
Doorbreek het ingeslepen patroon van rommelmaker en opruimer.
Het is namelijk niet de bedoeling dat de niet-ADHD’er hoofdverantwoordelijk is voor de orde in het huishouden. Maak een gedetailleerde takenlijst (wellicht van dag tot dag en van uur tot uur) en hou je allebei aan de afspraken.
Stap uit het patroon van ‘gekweld en ontstemd zijn’.
Het is niet de bedoeling dat de niet-ADHD’er zijn/haar ADHD-partner steeds moet smeken om aandacht, aan iets te beginnen of achter de computer vandaan te komen. ADHD’ers hebben meer dan andere mensen elke dag enige tijd voor zichzelf nodig om tot rust te komen. Het is belangrijk dit gegeven te accepteren en de persoon in kwestie deze ongestoorde tijd te gunnen. Maak echter afspraken hierover, bijvoorbeeld dagelijks tussen 8 en 9 ‘s avonds. Dit is te verkiezen boven de strijd die anders dagelijks ontstaat, wanneer de batterijen leeg zijn.
Reken af met dader-slachtofferrollen.
ADHD’ers voelen zich snel een hulpeloos slachtoffer dat is overgeleverd aan de genadeloze handen van zijn/haar niet-ADHD-partner. Iemand met ADHD heeft veel aanmoediging en structuur nodig, en de partner kan hier een belangrijke bijdrage in leveren. Maar zorg ervoor dat openlijk wordt besproken wat en waarom er iets gebeurt. Hiermee voorkom je dat aanmoediging en structuur wordt uitgelegd als bemoeizucht en gezeur.
Vermijd het meester-slaafmodel.
Dit lijkt op punt 16, maar hier voelt de niet-ADHD’er zich vaak de slaaf van zijn/haar partners ADHD. Hij/zij voelt zich absoluut niet goed bij het idee dat het slagen van de relatie op zijn/haar schouders rust. De niet-ADHD’er kan de ADHD-symptomen ervaren als een serieuze bedreiging voor de relatie, als een dagelijkse ontwrichting van wat had kunnen zijn en wat ooit was: een liefdevolle verbintenis.
Breek met de sado-masochistische routine waarin jullie je bevinden.
Vanuit de tijd voor de diagnose werd gesteld, houden koppels met ADHD zich veel bezig met aanval en tegenaanval. Waar jullie rekening mee moeten houden is dat ‘vechten’ uiteindelijk ‘goed’ gaat aanvoelen, omdat het zo vertrouwd wordt. ADHD is prikkelend: er is voor beide partners altijd wel een reden geïrriteerd te raken en hierdoor ruzie te maken. Probeer echter je woede te verplaatsen van de persoon naar de ADHD. Zeg “Ik haat ADHD”, in plaats van “Ik haat jou”, of zeg “Ik word gek van die ADHD”, in plaats van “Jij maakt me gek”.
In zijn algemeenheid geldt: pas op voor de gevaren van leiderschap, dominantie en onderwerping.
Deze liggen op de loer in veel relaties, en in het bijzonder in die met ADHD. Stop de concurrentiestrijd en probeer jullie rollen duidelijk te maken, zodat jullie kunnen gaan werken aan samenwerking.
Knip de rode draad van negativiteit door.
Veel ADHD’ers berusten al heel lang in de houding “Er is voor mij toch geen hoop”. Dit gevoel kan overslaan op de partner. Zwartkijken en doemdenken is een bijtende kracht die de ADHD-behandeling tegenwerkt. Het lijkt op een repeterend cassettebandje dat meedogenloos, onverzoenlijk en oneindig door het brein van de persoon met ADHD speelt, elke dag opnieuw. De volgende gedachten spelen steeds door het hoofd: “Je kunt het niet”, “Je bent slecht”, “Je bent dom”, “Je bent gek”, “Je bent a-sociaal”, “Het lukt toch niet”, “Kijk eens naar alle gemiste kansen”, “Het is gedoemd te mislukken”. Niet alleen wanneer iets echt fout gaat, spelen deze gedachten, maar ook tijdens een normale zakelijke bijeenkomst, tijdens een autorit naar huis of tijdens het vrijen. Het is heel moeilijk romantisch te zijn, wanneer het hoofd overloopt van negatieve gedachten. De gedachten verleiden de ADHD’er continu, zoals een satanische meesteres, en uiteindelijk gaat de ADHD’er er zelfs ‘van houden’. Het is heel moeilijk deze stroom gedachten te stoppen, maar door bewustwording en aanhoudende inspanning kunnen ze verdwijnen. Hierbij is de hulp van een psychotherapeut absoluut geen overbodige luxe.
Wees royaal met complimenten en aanmoedigingen.
Sla de positieve woorden op in je hoofd en speel dit ‘bandje’ vaak af. Zoek naar positieve dingen die je dagelijks tegen je partner en jezelf zegt. Bouw elkaars zelfvertrouwen bewust en weloverwogen op. Aanvankelijk zal het geforceerd en vreemd aanvoelen, maar na een tijd zal het beiden een goed gevoel geven. Een blijvend positief effect is het resultaat.
Leer beiden hoe je je humeur kunt beheren.
Vooruitlopen op gebeurtenissen kan een ADHD’er helpen om te gaan met de hoogte- en dieptepunten in het leven. Wanneer je bij voorbaat weet dat wanneer je zegt “Goedemorgen, schat” het antwoord zal luiden “Laat me met rust!”, is het eenvoudiger hiermee om te gaan. En wanneer de ADHD’er iets over zijn/haar humeur heeft geleerd, kan de reactie op “Goedemorgen, schat”, “Ik zit in een van mijn ADHD-dips” zijn. Dit is beter dan de ander aan te vallen.
Laat de organisatie over aan degene die het best kan organiseren.
Het heeft absoluut geen zin je tijd en humeur te verdoen met iets wat je niet (goed) kunt. Ben je bijvoorbeeld slecht in boekhouden, doe de boekhouding dan niet. Heb je absoluut geen kijk op wat voor cadeautje je voor je jarige nichtje moet kopen, laat dit dan aan je partner over. Zie het als het grote voordeel van een stel zijn. Je hebt een ander die je kan helpen met dingen waarin je zelf minder goed bent. Zorg er alleen voor dat hetgeen de ander doet in plaats van jou, voldoende wordt gewaardeerd, opgemerkt, en beantwoord met tegenprestaties.
Maak kwaliteit-tijd voor elkaar.
Wanneer je hier speciaal tijd voor moet vrijmaken, ruim dan tijd hiervoor in! Het is een vereiste. Veel mensen met ADHD gedragen zich als kwikzilver; zo heb je ze, zo zijn ze onbereikbaar. Goede gesprekken voeren, uitdrukken van genegenheid, gezamenlijk problemen aanpakken, samen spelen en plezier hebben, zijn dé ingrediënten van een goede relatie. Zorg ervoor dat jullie een aantal maal per week dus écht samen zijn.
Gebruik ADHD nooit als excuus!
Beide partners hebben de verantwoordelijkheid voor hun eigen doen en laten. Maar, ook al is ADHD geen excuus, kennis over het syndroom kan ontzettend veel toevoegen aan het elkaar begrijpen.
Bron: Driven to Distraction (Living and loving with ADD) – Edward M. Hallowell, M.D. and John J. Ratey, MD – ISBN 0-684-80128-0
Omgaan met ADHD
Een goede diagnose
Voor een goede behandeling is een juiste diagnose essentieel. Omdat het gaat om een relatief onbekende aandoening, hebben sommige behandelaars meer dan anderen ervaring opgedaan met het herkennen van ADHD.
Informeer u zelf over ADHD. Raadpleeg daarbij betrouwbare, actuele informatie. [Klik op Meer informatie.]
Ga zelf na hoe lang bepaalde klachten al bestaan, leg contact met familie en vraag of er meer familieleden zijn met vergelijkbare klachten.
Zoek oude schoolrapporten en andere documenten op, die gedrag uit de kindertijd beschrijven.
Zorg ervoor dat een ervaren behandelaar de diagnose stelt, bijvoorbeeld 1 van de specialisten uit het ADHD-netwerk.
Is er geen ADHD-specialist in de buurt, overweeg dan toch om de diagnose te laten stellen door een deskundige in een andere regio. Daarna kan de behandeling worden overgenomen door een behandelaar in de buurt. Probeer dan een behandelaar te vinden die bereid is zich te verdiepen in ADHD bij volwassenen.
Opluchting en verdriet
De diagnose geeft vaak een gevoel van erkenning en opluchting: het is eindelijk duidelijk wat er aan de hand is. De puzzelstukjes vallen in elkaar. Daarnaast kan er ook verdriet zijn dat de diagnose pas nu gesteld is, en niet al veel eerder. En om alles wat is misgegaan en niet meer ongedaan gemaakt kan worden. Soms is het verwarrend om de eerder als problematisch ervaren karaktertrekken nu te zien als symptomen van ADHD. Weliswaar blijft u na de diagnose dezelfde persoon, maar de problemen komen in een ander licht te staan.
Bedenk dat u niet de enige bent. Veel mensen met psychische aandoeningen hebben dezelfde ervaringen na het stellen van een diagnose.
Overweeg contact te zoeken met lotgenoten.
Adviezen van anderen kunnen nuttig zijn, maar zoek zelf uit wat u helpt om ervaringen te verwerken.
Heroriënteren
Als de diagnose is gesteld en de behandeling op gang is gekomen, breekt een nieuwe fase aan. Veel mensen oriënteren zich opnieuw op hun relatie, baan of opleiding en nemen besluiten die hun leven veranderen.
Neem de tijd om uit te zoeken wat bij u past.
Zorg voor goede begeleiding
Schakel mensen uit uw omgeving in om te helpen.
Probeer een balans te vinden tussen behandeladviezen en eigen keuzes, en overleg hierover met de behandelaar.
Hoe vertel ik het familieleden
Sommige mensen hebben een familielid dat hen attent heeft gemaakt op de mogelijkheid van ADHD als verklaring voor de klachten. Met hen is dikwijls na de diagnose goed contact mogelijk. Anderen hebben een familie waarin iedereen wel ADHD lijkt te hebben. Dan kan er nogal eens weerstand zijn tegen deze ‘modediagnose’. Dit is te verklaren uit het feit dat de diagnose bij 1 familielid betekenis en consequenties kan hebben voor de anderen.
Zorg ervoor dat alle familieleden beschikken over actuele en betrouwbare informatie. [Klik op Meer informatie.]
Vraag een behandelaar informatie over ADHD te geven aan de familie en in te gaan op de vragen en problemen die onder familieleden leven.
Omgaan met reacties uit de omgeving
Veel mensen zijn onbekend met ADHD of hebben vooroordelen. Zij kunnen daardoor negatief reageren op ADHD. De vraag ‘Wat vertel ik wel en niet aan anderen over ADHD?’ zal zich regelmatig voordoen. Bijvoorbeeld bij het aangaan van nieuwe relaties en vriendschappen en bij sollicitaties. Er is geen algemeen antwoord te geven op deze vraag. Veel hangt af van de relatie met de ander, de omstandigheden en de inschatting van de gevolgen van het antwoord.
Bepaal zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel bijvoorbeeld oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.
Zorg ervoor dat mensen die voor u belangrijk zijn, goed geïnformeerd zijn over ADHD. [Klik op Meer informatie.]
Er is een handige brochure van Stichting Pandora over wat je wel en niet kunt vertellen bij sollicitaties.
In het boek Aandacht, een kopzorg? staan tips over het bespreken van ADHD met de werkgever.
Diagnose
Inleiding
Bij veel volwassenen met ADHD is de diagnose in de kindertijd niet gesteld. Sommigen herkennen de symptomen van ADHD bij zichzelf via hun kinderen die voor ADHD in behandeling zijn. Anderen komen op het spoor van ADHD door een televisieprogramma, tijdschriftartikel of informatie van Internet.
Het stellen van de diagnose
Om de diagnose ADHD te kunnen stellen, moeten symptomen zoals hyperactiviteit, impulsiviteit en gebrek aan aandacht vóór het 7e jaar begonnen zijn en voortdurend aanwezig zijn geweest. De verschijnselen hebben in de kindertijd geleid tot problemen op school én thuis. Op volwassen leeftijd is het functioneren in werk en relaties moeizaam.
Het kan lastig zijn om de diagnose op volwassen leeftijd te stellen, omdat het nodig is gegevens uit de kindertijd te achterhalen. Daarom wordt ook aan mensen uit de omgeving van iemand met ADHD-verschijnselen gevraagd hún verhaal te vertellen. Aan de eventuele partner worden vragen gesteld over de huidige klachten. Ouders of andere familieleden worden gevraagd naar het gedrag in de kindertijd. Daarnaast kunnen documenten zoals schoolrapporten en verslagen van psychologische onderzoeken helpen om een compleet beeld te krijgen.
Er is geen speciale psychologische test voor ADHD. Psychologisch onderzoek van de aandacht kan wel nuttig zijn. Soms komt de aandachtsstoornis er echter niet uit omdat iemand zich wel kortdurend kan concentreren op een test. De diagnose kan daarom nooit alleen op basis van een psychologische test worden gesteld of verworpen worden.
Verwarring met andere stoornissen
Hoewel een eigen diagnose juist kan zijn, is het niet verstandig alleen op eigen inzicht te vertrouwen. De symptomen van ADHD komen ook voor bij andere stoornissen. Zo komt een gestoorde aandacht voor bij depressies, psychoses en gebruik van alcohol of drugs. Mensen met een manisch-depressieve stoornis zijn in sommige periodes ook hyperactief.
Impulsiviteit komt ook voor bij borderline en antisociale persoonlijkheidsstoornissen.
De belangrijkste verschillen tussen ADHD en andere stoornissen zijn dat ADHD op de kinderleeftijd begint en dat de verschijnselen voortdurend aanwezig zijn.
Een goede diagnose
Alleen een deskundige is in staat de verschillende stoornissen van elkaar te onderscheiden. De juiste diagnose is van groot belang om te komen tot een passende behandeling.
In principe kan elke psychiater of psycholoog de diagnose stellen. Omdat ADHD bij volwassenen een relatief onbekende aandoening is, is het belangrijk dat de psycholoog of psychiater ervaring heeft met ADHD bij volwassenen. Er is een netwerk van psychiaters en psychologen die volwassenen met ADHD behandelen.
[Klik op Meer informatie voor adresgegevens.]
Bijkomende stoornissen
ADHD gaat bij volwassenen vaak gepaard met andere psychische stoornissen. 70% van de volwassenen met ADHD heeft ook last van depressiviteit, angst- en dwangstoornissen, verslaving aan alcohol of drugs of een persoonlijkheidsstoornis.
ADHD met depressie
Omdat ADHD en depressieve gevoelens vaak samen voorkomen, wordt wel gedacht dat de somberheid het gevolg is van alle mislukkingen die iemand heeft gehad. De depressie wordt dan niet apart behandeld, maar ‘meegenomen’ in de behandeling van de ADHD-verschijnselen. Het is echter lang niet altijd duidelijk of depressiviteit ‘voortkomt’ uit ADHD. Het beste is beide stoornissen te onderzoeken en te behandelen.
ADHD met angst- of dwangstoornissen
ADHD kan samengaan met angst- of dwangstoornissen. Dan moet worden vastgesteld of het alleen gaat om faalangst die wordt veroorzaakt door mislukkingen in het verleden of dat er sprake is van een echte angststoornis. Als het gaat om een angststoornis, moet deze eerst behandeld worden.
Dwangmatigheid of perfectionisme kan een manier zijn om de chaos te hanteren. Dit kan veranderen als de chaos vermindert door de medicijnen. In dat geval hoeft de dwangstoornis niet eerst te worden behandeld. Is er wel sprake van een echte dwangstoornis, dan moet deze eerst worden behandeld.
ADHD met een persoonlijkheidsstoornis
Bij veel mensen met ADHD is eerder de diagnose persoonlijkheidsstoornis gesteld. Sommige persoonlijkheidsstoornissen, met name de borderline en antisociale persoonlijkheidsstoornis lijken op ADHD. ADHD kan samen met een persoonlijkheidsstoornis voorkomen, maar het kan ook zijn dat de diagnose ADHD alleen beter op zijn plaats is.
ADHD met autisme of PDD-NOS
ADHD komt vaak voor bij mensen met autisme of PDD-NOS (Pervasieve ontwikkelingsstoornis), maar omgekeerd is dat niet het geval. Autisme en PDD-NOS zijn veel zeldzamer dan ADHD. Soms is er verwarring of iemand met ADHD ook autistisch zou kunnen zijn omdat het sociale contact moeizaam verloopt. Het probleem is dat de aandachtsproblemen van ADHD ook gevolgen hebben voor het aangaan en onderhouden van relaties. Bij autisme of PDD-NOS gaat het om een wezenlijk ander probleem, waarbij de aanleg voor sociale vaardigheden en sociale wederkerigheid ontbreekt.
ADHD en verslaving
Mensen met ADHD hebben een grotere kans om verslaafd te raken aan genotmiddelen dan andere mensen. Dit geldt zowel voor middelen met een stimulerende als kalmerende werking: soft- en harddrugs, alcohol, medicijnen of tabak.
De reden voor dit verhoogde risico op verslaving is niet helemaal duidelijk. Erfelijkheid lijkt een rol te spelen, maar ook de ADHD-symptomen zelf. Zo komt het voor dat mensen met ADHD genotmiddelen gaan gebruiken omdat daardoor de ADHD-symptomen verminderen. Ze worden er rustiger van en kunnen zich beter concentreren. Bij langdurig gebruik kan verslaving optreden. Als iemand verslaafd raakt, zijn er behalve ADHD meestal ook andere problemen.
Een geslaagde behandeling van ADHD kan helpen om de verslaving de baas te worden. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is wel: stoppen met middelengebruik. Pas dan kunnen de medicijnen hun werk doen en kan de behandeling aanslaan. Opname in een verslavingskliniek kan daarbij nodig zijn. Daarna kunnen de ADHD-medicijnen helpen om niet in middelengebruik terug te vallen.
ADHD volgens het Trimbos Instituut
Wat is ADHD?
Inleiding
Steeds vaker valt de term ADHD. Meestal in verband met drukke en impulsieve kinderen. Inmiddels is duidelijk dat ADHD een stoornis is die ook bij volwassenen voorkomt.
De afkorting ADHD staat voor: Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands: aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis. ADHD bij volwassenen wordt ook wel ADHD-A genoemd. De A staat voor adult, het Engelse woord voor volwassene.
Vroeger had ADHD een andere benaming: MBD. Deze afkorting staat voor Minimal Brain Damage. Men dacht dat een kleine hersenbeschadiging de oorzaak was van de verschijnselen. Dit blijkt niet zo te zijn.
Kenmerken van ADHD
ADHD heeft 3 belangrijke kenmerken: aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsief gedrag:
De term aandachtstekort geeft aan dat iemand moeite heeft om aandacht op te brengen voor bepaalde taken en bezigheden. Iemand is snel afgeleid, kan zich niet concentreren. Dit heeft niets te maken met een tekort aan aandacht van de ouders in de jeugd. Typerend en verwarrend is dat mensen met ADHD zich meestal wel korte tijd kunnen concentreren op iets dat hun interesse heeft. Vaak is de reactie van de omgeving dan: ‘Zie je wel. Je kunt het best, als je maar wilt!’ Er is echter geen sprake van onwil, maar van onvermogen.
Hyperactiviteit verwijst naar de onrust of drukte, die kenmerkend is voor veel mensen met ADHD. Zij kunnen niet stil zitten, zijn enorm actief.
Impulsief gedrag houdt in dat spontane ideeën onmiddellijk worden uitgevoerd (‘eerst doen, dan denken’).
Deze 3 kenmerken komen niet altijd tegelijk voor bij mensen met ADHD. Sommige mensen met ADHD hebben alleen problemen met hun aandacht en concentratie. Bij hen staat het aandachtstekort voorop. Deze vorm van ADHD wordt ook wel ADD genoemd. Bij anderen staat de hyperactiviteit op de voorgrond. In feite is sprake van verschillende vormen van ADHD.
Bij volwassenen blijken vooral de aandachtsproblemen hardnekkig te zijn en de meeste last te veroorzaken. De hyperactiviteit is minder zichtbaar, maar blijft aanwezig in de vorm van innerlijke onrust.
Voorbeelden van aandachtstekort:
snel afgeleid zijn
moeilijk kunnen luisteren
alles tegelijk doen
dingen niet afmaken
veel fouten maken
moeite hebben met details
vergeetachtig zijn
vaak dingen kwijt zijn, niet meer weten waar iets ligt
Voorbeelden van hyperactiviteit:
niet stil kunnen zitten
steeds de handen of voeten bewegen
wiebelen of friemelen
een constant gevoel van innerlijke rusteloosheid
niet te stuiten zijn, doordraven
moeite hebben met ontspannen
niet kunnen stoppen met praten
altijd bezig zijn
Voorbeelden van impulsiviteit:
doen zonder nadenken
opdringerig overkomen
moeite hebben op de beurt te wachten
impulsief geld uitgeven of gokken
impulsief relaties en banen aangaan of verbreken
vreetbuien hebben
veel spanning en sensatie zoeken (te hard rijden, gevaarlijke sporten)
snel ruzie maken
Gevolgen van ADHD
ADHD heeft een grote invloed op het dagelijks leven. Veel mensen met ADHD schamen zich voor hun missers, nalatigheden, schulden en slordigheden en proberen die te verbergen voor de omgeving. Volwassenen met ADHD denken vaak negatief over zichzelf en over hun mogelijkheden. Met name als ze van kind af aan veel kritiek hebben gekregen op hun gedrag, zonder dat het hen duidelijk was wat zij fout deden of hoe ze dat hadden kunnen voorkomen.
ADHD leidt regelmatig tot problemen met opleiding, werk en relaties. Iemand met ADHD kan zich vaak moeilijk aan afspraken houden, vergeet dingen, heeft moeite met het organiseren van werk, huishouden en financiën. Voor de partner en werkgever kan dit een zware belasting zijn.
Veel mensen met ADHD hebben behoefte aan steeds nieuwe prikkels, spanning en sensatie. Velen hebben moeite de sociale signalen van anderen op te vangen en te begrijpen. Sommigen hebben sterk wisselende stemmingen of worden snel woedend. Daardoor lopen ze vast in contacten met anderen. Problemen met aandacht en concentratie kunnen ervoor zorgen dat iemand een studie moet afbreken, moeizaam presteert of niet verder komt met zijn werk.
Hoe vaak komt ADHD voor en bij wie?
In Nederland kampt zo’n 3% tot 5% van de kinderen met verschijnselen van ADHD. Dat betekent dat in bijna elke schoolklas 1 of 2 kinderen met ADHD zitten.
30% tot 60% van de kinderen met ADHD houdt klachten als volwassene.
Dit komt neer op 1% van de Nederlandse bevolking. Zo’n 160.000 mensen dus.
De diagnose ADHD wordt vaker gesteld bij jongens, dan bij meisjes. Dit komt waarschijnlijk omdat de problemen bij jongens meer opvallen en eerder herkend worden. Meisjes hebben mogelijk vaker alleen aandachtsproblemen, zonder hyperactiviteit. Bovendien reageren meisjes met ADHD minder agressief dan jongens met ADHD.
Op volwassen leeftijd is er minder verschil in het aantal mannen en vrouwen met ADHD. Dit komt met name omdat vrouwen zich op latere leeftijd alsnog melden met ADHD-klachten die vroeger niet als zodanig herkend zijn.
Verschillen tussen ADD en ADHD
ADHD is een zeer complexe aandoening, en niet alle personen met ADHD hebben dezelfde symptomen. Volgens het naslagwerk DSM-IV (afkorting van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, vierde druk) zijn er drie typen van ADHD. Mensen (hoewel, in DSM-IV) wordt alleen nog maar over kinderen gesproken) met ADHD kunnen enkel concentratieproblemen hebben (ADD), ze kunnen een vorm hebben waarbij hyperactiviteit en impulsiviteit het meest kenmerkend zijn of ze kunnen een combinatievorm beide soorten hebben.
1. ADD, het type met alleen concentratieproblemen
Volgens DSM-IV zijn de kenmerken van het type met concentratieproblemen:
snel afgeleid zijn door irrelevante dingen en geluiden;
moeite hebben met plannen en organiseren;
problemen hebben met taken afmaken en deadlines halen;
falen in het concentreren op details en hierdoor slordige fouten maken;
zelden instructies nauwkeurig en compleet opvolgen;
verliezen of vergeten van dingen als sleutels, portemonnee, reisdocumenten en spullen die nodig zijn om een taak uit te voeren.
Dit type wordt ADD genoemd. Hier ontbreekt dus de H van hyperactiviteit. Inmiddels zijn onderzoekers het erover eens dat ten minste 40 procent van alle mensen met ADHD (dit zijn met name vrouwen) alleen de concentratieproblemen hebben. Deze personen leiden een leven vol frustraties, niet alleen omdat zij blijken te falen in vrijwel alles wat zij ondernemen, maar ook omdat zij vaak worden bestempeld als lui, dom en ongeïnteresseerd. Feit is dat mensen met ADD zichzelf er niet toe kunnen brengen om iets te willen. Dat kost hen ongelooflijk veel meer energie dan anderen. ADD’ers zonder hyperactiviteit en impulsiviteit worden helaas nog nauwelijks gediagnostiseerd, omdat zij niet opvallen door lastig gedrag.
2. HD, het type met alleen hyperactiviteit en impulsiviteit
Een aantal kenmerken van dit type zijn:
rusteloosheid, constant bewegen met handen of voeten, steeds verzitten;
moeite hebben met wachten op bevrediging op langere termijn;
zaken niet kunnen uitstellen, maar van alles tegelijk ondernemen;
hard rijden, gehaast zijn, niet kunnen blijven zitten in situaties waarin zitten of rustig gedrag verwacht wordt;
tijdens een gesprek anderen steeds onderbreken;
oncontroleerbare woede-, angst- of huiluitbarstingen.
3. ADHD, het gecombineerde type
Het gecombineerde type kenmerkt zich door zowel concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. De meeste mensen met ADHD behoren tot deze categorie.
Het leven van een ADHD’er wordt evenals dat van een ADD’er gekenmerkt door een aaneenschakeling van teleurstellingen, maar hier komt bij dat ADHD’ers door hun buitensporige gedrag vaak de woede van anderen op de hals halen. Zij worden meer dan anderen bekritiseerd, gepest en verguisd. Daarnaast heeft een volwassene met ADHD te maken met de emotionele gevolgen van het opgroeien met een extreem temperament, wat op kinderleeftijd soms wel, maar later vaker niet wordt begrepen.
Zonder twijfel is de meeste belangrijke ontwikkeling op het gebied van ADHD de alom geaccepteerde erkenning dat veel kinderen er niet overheen groeien. In ten minste 70 procent van alle gevallen blijven de belangrijkste symptomen bij volwassenen bestaan. Het ligt voor de hand dat het typische uiterlijke “hyperactieve” door hen vaak beter onder controle wordt gehouden, maar de innerlijke onrust neemt niet af! Daarbij worden de kenmerken als impulsiviteit en concentratieproblemen meestal ook niet minder. Sterker: ze worden vaak zelfs heftiger en problematischer, omdat de maatschappij aan een volwassene veel hogere eisen stelt!
De verschillen op een rijtje:
Het is belangrijk te onderkennen dat vrijwel niemand een perfecte controle heeft over zijn/haar concentratie, het reguleren van activiteiten en het beheersen van impulsen. Maar, zoals je kunt zien in de onderstaande tabellen, worden ADD en ADHD gekenmerkt door symptomen die extreem, chronisch en hevig zijn.
ADHD in DSM-IV-TR
(nog ondergebracht onder Stoornissen in zuigelingentijd tot adolescentie)
314.xx Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
A. Ofwel (1), ofwel (2)
(1) Zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:
Aandachtstekort
(a) slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten
(b) heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
(c) lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt
(d) volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of
verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen)
(e) heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten
(f) vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een aanhoudende aandacht (langdurige geestelijke inspanning) vereisen (zoals school- of huiswerk)
(g) raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
(h) wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
(i) is vaak vergeetachtig in zijn doen en laten (bij dagelijkse bezigheden)
(2) Zes (of meer) van de volgende symptomen van hyperactiviteit/impulsiviteit zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:
Hyperactiviteit
(a) beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn/haar stoel
(b) staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten
(c) rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid)
(d) kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten
(e) is vaak “in de weer” of “draaft maar door”
(f) praat vaak aan een stuk door
Impulsiviteit
(g) gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn
(h) heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten
(i) verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes)
B. Enkele symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit of onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren voor het zevende jaar aanwezig.
C. Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school [of werk] en thuis)
D. Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatig functioneren.
E. De symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis).
Codering op basis van type:
314.01 (F90.0) Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, gecombineerde type: indien gedurende de afgelopen zes maanden voldaan wordt aan zowel criterium A1 als A2.
314.00 (F98.8) Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit overwegend onoplettend type: indien gedurende afgelopen zes maanden aan criterium A1 voldaan wordt maar niet aan criterium A2.
314.01 (F90.0) Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, overwegend hyperactief-impulsief type: indien gedurende de afgelopen zes maanden voldaan wordt aan criterium A2 maar niet aan criterium A1.
Coderingsaanwijzing: Bij personen (in het bijzonder adolescenten en volwassenen) die momenteel symptomen hebben die niet meer voldoen aan alle criteria moet ‘Gedeeltelijk in remissie’ worden aangegeven.
314.9 (F90.9) Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit Niet Anderszins Omschreven (ADHD-NOS)
Deze categorie dient voor stoornissen met op de voorgrond staande symptomen van onoplettendheid of hyperactiviteit-impulsiviteit die niet voldoen aan de criteria van een Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Tot de voorbeelden horen:
1. Personen bij wie de verschijnselen en de tekortkomingen voldoen aan de criteria van Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, overwegend onoplettend type maar bij wie de beginleeftijd 7 jaar of later is.
2. Personen met klinisch significante tekortkomingen met een aandachtstekort en bij wie de verschijnselen niet voldoen aan de volledige criteria van de stoornis maar die een gedragspatroon hebben dat gekenmerkt wordt door luiheid, dagdromen en hypo-activiteit.
Subtypes volgens dr. Daniel Amen
Dr. Daniel Amen, psychiater, ADHD-deskundige en samensteller van de checklist, onderscheidt de volgende subtypes:
- AD/HD, het gecombineerde type, met zowel symptomen van aandachtsproblemen en hyperactiviteit-impulsiviteit.
- ADD, met voornamelijk concentratieproblemen. Symptomen: aandachts- en concentratieproblemen, chronische verveling, zeer lage motivatie, verstrooidheid en een laag energieniveau.
Het klassieke voornamelijk hyperactieve subtype, met alle kenmerken van hyperactiviteit, maar met minder dan zes symptomen van aandachtsproblemen.
- Overfocused ADD, met symptomen als problemen de aandacht te verleggen van het ene naar het andere onderwerp, cognitieve inflexibiliteit, problemen met veranderingen, excessief piekeren en opstandig en twistziek gedrag.
- Slaapkwab-ADD, met als symptomen: onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit en stemmingswisselingen, agressie, milde achterdochtigheid, angst met weinig aanleiding, atypische hoofdpijn of buikpijn, visuele of auditieve waanbeelden en leerproblemen (voornamelijk lezen en auditieve verwerking van informatie).
- Limbische ADD – het depressieve subtype, met symptomen van onoplettendheid en/of hyperactivteit-impulsiviteit en negativiteit, depressie, slaapproblemen, lusteloosheid, laag zelfbeeld, sociale isolatie, lage motivatie en hoge prikkelbaarheid.
- Ring-van-vuur-ADD – het explosieve subtype (10% – 15% van alle mensen met ADHD – genaamd naar het het patroon wat SPECT-scans van de hersenen van deze mensen laten zien). De symptomen van deze afwijkende vorm van ADHD zijn o.a. ernstig oppositioneel gedrag, grote afleidbaarheid, irritatie, opvliegendheid en stemmingswisselingen. Het vermoeden is dat deze vorm bij kinderen een vroege aanwijzing is van manisch-depressiviteit.
- ADHD veroorzaakt door hersenbeschadiging, voornamelijk van van de linkerprefrontale cortex (hersenschors). De symptomen (zichzelf in het gareel te houden, aandachts-, concentratie-, organisatie- en uitvoeringsproblemen) ontstaan of verergeren in het jaar na het hoofdletsel.
Let op: Omdat alle mensen van tijd tot tijd kenmerken van ADHD vertonen, hanteert DSM-IV een aantal specifieke richtlijnen waarmee ADHD kan worden vastgesteld. Iemand met ADHD zal de onderstaande vragen allemaal met een volmondig JA beantwoorden.
Zijn de gedragingen buitensporig?
Was het afwijkend gedrag al aanwezig in de kindertijd?
Komen de gedragingen bij de persoon meer voor dan bij andere mensen van dezelfde leeftijd?
Veroorzaakte het gedrag een serieuze handicap in ten minste twee levensfasen?
Vormen de gedragingen een continu probleem, en zijn ze niet te wijten aan een tijdelijke situatie?
Komen de gedragingen in meerdere situaties voor of enkel op een aantal specifieke plaatsen (zoals op het werk)?
Zo zal iemand wiens/wier werk en relaties niet duidelijk lijden onder het gedrag niet worden gediagnostiseerd met ADHD. Dit geldt ook voor iemand die een puinhoop maakt op zijn/haar werk, maar thuis heel geordend en rustig is. Ook mensen die slechts tijdelijk ‘doordraaien’ door bijvoorbeeld het verlies van een geliefde lijden absoluut niet aan ADHD.
Wanneer bovengenoemde vragen positief worden beantwoord, zal een psychiater of andere deskundige door middel van psychologisch onderzoeken vaststellen of de symptomen niet te wijten zijn aan een andere stoornis dan ADHD. Vervolgens kan het gedragspatroon worden getoetst aan de hand van een lijst van kenmerken van personen met ADHD, teneinde de diagnose te stellen. Helaas zijn veel psychiaters nog niet kundig in het vaststellen van ADHD bij volwassenen. Zorg dus dat je zelf al redelijk wat kennis van zaken hebt, voordat je hen benadert! Aan de hand van een uitgebreide checklist en een lijst met diagnosecriteria kun je meten in hoeverre jij voldoet aan de typische ADHD-kenmerken.
Een deskundige (psychiater/psycholoog) op het gebied van ADHD bij volwassenen in Nederland vind je via de Netwerklijst van Sandra Kooij
Houd rekening met lange wachtlijsten!
Verschillen tussen ADHD en borderline (BPS)
Verschillende benadering bij ADHD en Borderline
We weten inmiddels dan ADHD vaak verward wordt met Borderline, omdat beide stoornissen hoog scoren op dezelfde diagnostische criteria. Een specifieke ADHD-test, waardoor het onderscheid kan worden gemaakt, bestaat helaas nog niet. Toch zijn er een aantal punten die ikzelf onder de aandacht wil brengen: kenmerken waaraan zowel een ADHD´er als een Borderliner voldoen, maar beiden met een compleet andere motivatie.
Kun je onderscheid maken tussen impulsiviteit bij mensen met ADHD en Borderline?
Het verschil ligt hierin:
1. Bij Borderline is impulsief gedrag zelf-destructief. Impulsief gedrag wordt vertoond om depressieve klachten te verlichten.
2. Bij ADHD behelst impulsiviteit schijnbaar alles. ADHD´ers hebben altijd moeite zich te concentreren op een bezigheid, of zij zich nu goed of depressief voelen.
Hoe zit het met de relatieproblemen?
Het verschil ligt hierin:
1. Bij Borderline komen veel relatieproblemen voort uit verlatingsangst. Veel Borderliners hebben een kindertijdverleden waarin zij aan hun lot zijn overgelaten. Zij hebben op jonge leeftijd niet geleerd zich te hechten aan iemand, en dit probleem duurt voort wanneer zij volwassen zijn. Borderliners kenmerken zich door aantrekken en afstoten.
2. Bij ADHD komen veel relatieproblemen voort uit het feit dat zij buitensporige stemmingswisselingen hebben. Wanneer zij “up” zijn (en dat kan door de eenvoudigste dingen veroorzaakt worden), zijn zij geanimeerd gezelschap, maar wanneer zij even later “down” zijn (ook door de meest triviale dingen) willen zij het liefst met rust gelaten worden of juist vermaakt worden. Het vergt heel veel van een partner om te gaan met de onvoorspelbaarheid van een ADHD´er.
Wat is het verschil in concentratieproblemen?
Het verschil ligt hierin:
1. Een Borderliner kan zich moeilijk concentreren, omdat hij/zij zich structureel “leeg” voelt.
2. Een ADHD´er kan zich moeilijk concentreren, omdat hij/zij zich structureel “overvol” voelt, overspoeld door een stroom aan andere gedachten en prikkels.
Ik denkt dat een onbehandelde ADHD een belangrijke oorzaak is van Borderline. ADHD kan heel “goed” samengaan met Borderline.
Symptomen die geassocieerd worden met Borderline, zoals “het niet in staat zijn dingen af te maken”, zijn bijvoorbeeld typische ADHD-symptomen!!!
Bron: ONBEKEND
——————————————————————————–
Van een andere site:
Er zijn vele verschillen tussen ADD (attention deficit disorder) en borderline
De kernproblemen bij ADD zijn problemen met het vasthouden en het schakelen van de aandacht of concentratie en moeite met het organiseren. Dit leidt tot: snel afgeleid zijn, moeite hebben met details, veel slordigheidsfouten maken, niet luisteren, dingen niet afmaken, alles tegelijk doen, vergeetachtig zijn, dingen kwijt zijn. Typerend is dat men zich wel korte tijd kan concentreren op zaken die men interessant vindt (tv, computer). Over AD(H)D wordt wel gezegd: ‘de rem staat uit’: het is moeilijk het gedrag, maar ook de gedachten en de plannen in toom te houden. Er ontbreekt een filterfunctie van de hersenen. De problemen bij AD(H)D zijn levenslang aanwezig. Ze worden meestal voor het 7e jaar duidelijk, bij ADD kan dat wel eens moeilijker te zien zijn en op iets latere leeftijd pas problemen geven. Terugkijkend waren de klachten er wel voor het 7e jaar maar niet zodanig dat het leidde tot disfunctioneren.
Bij borderline is de aandacht en concentratie meestal ongestoord. Wel kunnen deze functies tijdelijk verstoord raken. Bijvoorbeeld als er tevens een depressie is of als andere symptomen (zoals angst of dissociatie) de overhand nemen. Er is nooit een levenslange en continue verstoring van de aandacht en concentratie. AD(H)D kan tevens ook tot andere klachten leidden en daarin zit wel een overlap met de borderline persoonlijkheidsstoornis. Zo komen bij beiden woedebuien, verslavingsproblemen, stemmingswisselingen, depressiviteit en
relatie en/of werkproblemen voor. Als je echter al deze klachten stuk voor stuk gaat bekijken dan zijn er verschillen en die liggen in de kern van de problematiek. De kern van de AD(H)D problematiek is (zoals net gezegd) het aandachtsprobleem; kernaspecten van de borderlinestoornis zijn de heftige verlatingsangst en de neiging tot zwart-wit denken onder spanning. Een voorbeeld: een woedebui bij iemand met AD(H)D wordt bijvoorbeeld uitgelokt door het feit dat diegene gestoord wordt in zijn activiteit; een woedebui bij iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis kan bijvoorbeeld worden uitgelokt door de gevoeligheid voor afwijzing en/of verlating, deze woedebui zal dus altijd in een relationele context plaatsvinden. Depressiviteit bij iemand met AD(H)D zal vaak komen doordat diegene steeds weer in de problemen komt met het functioneren op school / in studie / op het werk / in een relatie (veel ruzies over het vergeten van afspraken of over slordigheid) / etc. Depressiviteit bij iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis zal vaker te maken hebben met een chronisch gevoel van leegte, identiteitsproblemen, trauma’s etc.
Dit over de verschillen. Het komt ook voor dat mensen zowel AD(H)D als een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben.
Verschillen tussen ADHD en borderline (BPS)
Verschillende benadering bij ADHD en Borderline
We weten inmiddels dan ADHD vaak verward wordt met Borderline, omdat beide stoornissen hoog scoren op dezelfde diagnostische criteria. Een specifieke ADHD-test, waardoor het onderscheid kan worden gemaakt, bestaat helaas nog niet. Toch zijn er een aantal punten die ikzelf onder de aandacht wil brengen: kenmerken waaraan zowel een ADHD´er als een Borderliner voldoen, maar beiden met een compleet andere motivatie.
Kun je onderscheid maken tussen impulsiviteit bij mensen met ADHD en Borderline?
Het verschil ligt hierin:
1. Bij Borderline is impulsief gedrag zelf-destructief. Impulsief gedrag wordt vertoond om depressieve klachten te verlichten.
2. Bij ADHD behelst impulsiviteit schijnbaar alles. ADHD´ers hebben altijd moeite zich te concentreren op een bezigheid, of zij zich nu goed of depressief voelen.
Hoe zit het met de relatieproblemen?
Het verschil ligt hierin:
1. Bij Borderline komen veel relatieproblemen voort uit verlatingsangst. Veel Borderliners hebben een kindertijdverleden waarin zij aan hun lot zijn overgelaten. Zij hebben op jonge leeftijd niet geleerd zich te hechten aan iemand, en dit probleem duurt voort wanneer zij volwassen zijn. Borderliners kenmerken zich door aantrekken en afstoten.
2. Bij ADHD komen veel relatieproblemen voort uit het feit dat zij buitensporige stemmingswisselingen hebben. Wanneer zij “up” zijn (en dat kan door de eenvoudigste dingen veroorzaakt worden), zijn zij geanimeerd gezelschap, maar wanneer zij even later “down” zijn (ook door de meest triviale dingen) willen zij het liefst met rust gelaten worden of juist vermaakt worden. Het vergt heel veel van een partner om te gaan met de onvoorspelbaarheid van een ADHD´er.
Wat is het verschil in concentratieproblemen?
Het verschil ligt hierin:
1. Een Borderliner kan zich moeilijk concentreren, omdat hij/zij zich structureel “leeg” voelt.
2. Een ADHD´er kan zich moeilijk concentreren, omdat hij/zij zich structureel “overvol” voelt, overspoeld door een stroom aan andere gedachten en prikkels.
Ik denkt dat een onbehandelde ADHD een belangrijke oorzaak is van Borderline. ADHD kan heel “goed” samengaan met Borderline.
Symptomen die geassocieerd worden met Borderline, zoals “het niet in staat zijn dingen af te maken”, zijn bijvoorbeeld typische ADHD-symptomen!!!
Bron: ONBEKEND
——————————————————————————–
Van een andere site:
Er zijn vele verschillen tussen ADD (attention deficit disorder) en borderline
De kernproblemen bij ADD zijn problemen met het vasthouden en het schakelen van de aandacht of concentratie en moeite met het organiseren. Dit leidt tot: snel afgeleid zijn, moeite hebben met details, veel slordigheidsfouten maken, niet luisteren, dingen niet afmaken, alles tegelijk doen, vergeetachtig zijn, dingen kwijt zijn. Typerend is dat men zich wel korte tijd kan concentreren op zaken die men interessant vindt (tv, computer). Over AD(H)D wordt wel gezegd: ‘de rem staat uit’: het is moeilijk het gedrag, maar ook de gedachten en de plannen in toom te houden. Er ontbreekt een filterfunctie van de hersenen. De problemen bij AD(H)D zijn levenslang aanwezig. Ze worden meestal voor het 7e jaar duidelijk, bij ADD kan dat wel eens moeilijker te zien zijn en op iets latere leeftijd pas problemen geven. Terugkijkend waren de klachten er wel voor het 7e jaar maar niet zodanig dat het leidde tot disfunctioneren.
Bij borderline is de aandacht en concentratie meestal ongestoord. Wel kunnen deze functies tijdelijk verstoord raken. Bijvoorbeeld als er tevens een depressie is of als andere symptomen (zoals angst of dissociatie) de overhand nemen. Er is nooit een levenslange en continue verstoring van de aandacht en concentratie. AD(H)D kan tevens ook tot andere klachten leidden en daarin zit wel een overlap met de borderline persoonlijkheidsstoornis. Zo komen bij beiden woedebuien, verslavingsproblemen, stemmingswisselingen, depressiviteit en
relatie en/of werkproblemen voor. Als je echter al deze klachten stuk voor stuk gaat bekijken dan zijn er verschillen en die liggen in de kern van de problematiek. De kern van de AD(H)D problematiek is (zoals net gezegd) het aandachtsprobleem; kernaspecten van de borderlinestoornis zijn de heftige verlatingsangst en de neiging tot zwart-wit denken onder spanning. Een voorbeeld: een woedebui bij iemand met AD(H)D wordt bijvoorbeeld uitgelokt door het feit dat diegene gestoord wordt in zijn activiteit; een woedebui bij iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis kan bijvoorbeeld worden uitgelokt door de gevoeligheid voor afwijzing en/of verlating, deze woedebui zal dus altijd in een relationele context plaatsvinden. Depressiviteit bij iemand met AD(H)D zal vaak komen doordat diegene steeds weer in de problemen komt met het functioneren op school / in studie / op het werk / in een relatie (veel ruzies over het vergeten van afspraken of over slordigheid) / etc. Depressiviteit bij iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis zal vaker te maken hebben met een chronisch gevoel van leegte, identiteitsproblemen, trauma’s etc.
Dit over de verschillen. Het komt ook voor dat mensen zowel AD(H)D als een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben.





